| |
|
|
- De bal moet een voetbal zijn. De bal mag in elke richting geworpen worden, met 1 of 2 handen.
- De bal mag in elke richting geslagen worden, met 1 of 2 handen, maar nooit met een vuist.
- Een speler mag niet met de bal lopen. De speler moet de bal gooien van de plek waar hij hem gevangen heeft; waarbij enige speelruimte in genomen dient te worden voor een speler die de val vangt terwijl hij hard aan het rennen is.
- De bal moet in of tussen de handen gehouden worden; de armen of het lichaam mogen niet gebruikt worden om de bal vast te houden.
- Op geen enkele manier is het toegestaan met de schouders te duwen, vast te houden, te duwen, te laten struikelen of te slaan; de eerste inbreuk op deze regel levert de speler in kwestie diskwalificatie op, tot het volgende doelpunt wordt gemaakt. Wanneer het duidelijk de bedoeling was een speler te blesseren, dan geldt diskwalificatie voor de hele wedstrijd en is een wissel niet toegestaan.
- Een fout is: het slaan tegen de bal met de vuist; overtreding van de regels 3 en 4; en de gevallen omschreven in regel 5.
- Wanneer 1 van beide teams 3 opeenvolgende fouten maakt, dan telt dat als een doelpunt voor de tegenpartij (opeenvolgend betekent: zonder dat de tegenpartij een fout maakt).
- Een doelpunt wordt gemaakt wanneer de bal vanaf het veld in de basket geworpen of geslagen wordt en daar blijft. De spelers die de basket verdedigen mogen het doel niet aanraken of doen bewegen. Als de bal erop blijft liggen en de verdediging beweegt de basket, dan telt dat als een doelpunt.
- Als de bal buiten gaat, moet deze in het veld geworpen worden door de eerste persoon die de bal heeft aangeraakt. In geval van onenigheid moet de scheidsrechter de bal in het veld gooien. Degene die de bal ingooit heeft daar 5 seconden voor. Als het langer duurt, gaat de bal naar de tegenpartij. Als 1 der partijen blijft doorgaan tijd te rekken, dan moet de scheidsrechter een fout fluiten tegen dat team.
- De umpire moet de spelers beoordelen en de fouten noteren en de scheidsrechter waarschuwen wanneer 3 opeenvolgende fouten zijn begaan. Hij heeft de macht om spelers te diskwalificeren volgens regel 5.
- De scheidsrechter moet de bal beoordelen en beslissen aan wie de bal toebehoort wanneer die in het spel is. Hij moet ook de tijd bijhouden. Hij beslist wanneer een doelpunt gemaakt wordt en houdt de score bij, samen met de andere taken zoals die gewoonlijk door een scheidsrechter worden vervult.
- De tijd beslaat 2 helften van 15 minuten, met 5 minuten rust daartussen.
- De partij die in die tijd de meeste doelpunten maakt wordt tot winnaar uitgeroepen. In geval van een gelijk spel kan de wedstrijd, wanneer beide aanvoerders daarmee instemmen, voortgezet worden tot een doelpunt wordt gemaakt.
» Terug
|
|
|
|
|