In het begin werd basketball gespeeld met 18 spelers (9 aan elke kant) met 2 perzikenmanden die aan 2 tegenover elkaar liggende balkons gehangen werden als baskets. Omdat de perzikenmanden nog gewoon een bodem hadden, moesten de meest halsbrekende toeren uitgehaald worden om de bal terug te krijgen na een doelpunt. Na enige tijd liet Naismith aan elke kant een jongere student op het balkon zitten om de bal terug te gooien als hij in de mand was beland. Later bedacht iemand om een gat in de onderkant van de manden te maken, om zo met een stok de bal eruit te kunnen wippen.
In 1893 stelde een man van “The Spalding Sporting Goods Company”, nu overigens de leverancier van basketballen aan de NBA, voor om als doel een ijzeren ring met daar omheen een stevig net van koord te maken. Het net was verbonden met een ander koord dat via een katrol onder de ring hing. Als er nu aan het touw getrokken werd, wipte de bal zo de ring uit. Pas vele jaren verder kwam iemand met het idee om de bal gewoon direct door de basket te laten vallen.
Doordat in de vroege jaren van het basketball de toeschouwers de spelers nog wel eens een handje wilden helpen door vanaf het balkon de bal in de mand te slaan, was Naismith genoodzaakt achter de mand een bord te plaatsen. Dat was het begin van het bord dat tegenwoordig gebruikt wordt om het schieten makkelijker te maken.
» Terug
|